Nieuws

‘Elk zijn meug’ van Michaelina Wautier in het MAS

18/06/2018

Een pas verworven topstuk uit de collectie van The Phoebus Foundation is vanaf vandaag, 18 juni, te zien in de tentoonstelling ‘Michaelina. De leading lady van de barok’ in het Antwerpse MAS.

Een nieuwe Michaelina

Op 17 mei 2018 verscheen een tot nu toe onbekend werk van Michaelina Wautier op de radar. Het stuk, dat twee jongens toont en wellicht het spreekwoord ‘Elk zijn meug’ in beeld brengt, werd verworven door The Phoebus Foundation. Omdat het zo kort dag was, kon het schilderij niet meteen worden opgenomen in de tentoonstelling ‘Michaelina. De leading lady van de barok’. Die opende immers al op 1 juni. Maar dankzij de gecombineerde inspanningen van de tentoonstellingscurator, prof. dr. Katlijne Van der Stighelen en haar medewerkers, en het team van The Phoebus Foundation, onder leiding van prof. dr. Katharina Van Cauteren, zijn we blij vereerd om het stuk vandaag alsnog toe te voegen aan de tentoonstelling. En zo blijkt maar weer: anno 2018 is Michaelina misschien wel actueler dan ooit.

Wat is The Phoebus Foundation?

The Phoebus Foundation is een kunststichting met filantropische doelstellingen. Ze verwerft kunstvoorwerpen, staat borg voor een professioneel kader van behoud en beheer, en zorgt voor de conservatie en restauratie van de objecten. Daarbij zet de Foundation hoog in op wetenschappelijk onderzoek. De resultaten van dat alles deelt ze met een zo breed mogelijk publiek. Dat kan via publicaties, lezingen en symposia, maar ook via tentoonstellingen en culturele expedities. Zo organiseerde The Phoebus Foundation in het verleden al de tentoonstellingen ‘OER’ en ‘Voor God & Geld’, en loopt nog tot eind september ‘VOSSEN. Expeditie in het land van Reynaert’. Rode draad in dat project is Reynaert de vos, maar er worden ook bijzondere atlassen getoond van Ortelius, Mercator en (binnenkort) het recent verworven topstuk van Blaeu, en schilderijen van Rubens, Teniers, De Clerck en Bouts. 

Daarnaast zet de kunststichting graag in op samenwerkingen allerhande. Zo zijn The Phoebus Foundation en het Parijse Musée du Louvre samen partners van de tentoonstelling ‘Primitifs flamands. Trésors de Marguerite d’Autriche’ in het Monastère Royale de Brou (Frankrijk), zijn er lopende bruiklenen in The Art Museum in Chicago, in het Museum Gouda, in het Stedelijk  Museum Schiedam, en (binnenkort) in het Musée de Flandre in Cassel.

Dichter bij huis zijn werken uit de collectie van The Phoebus Foundation te zien in het Snyders&Rockoxhuis, in het Rubenshuis en – last but not least – in het MAS.

Bedoeling is steeds weer om kunst ‘van bij ons’ (inter)nationaal onder de aandacht te brengen. Zo wil The Phoebus Foundation bijdragen tot de kennis van de cultuurgeschiedenis van de Zuidelijke Nederlanden/het huidige België, en tot de uitstraling daarvan.

Toegangspoortje tot het verleden

De collectie ‘oude kunst’ van The Phoebus Foundation focust op kunst uit de Zuidelijke Nederlanden (grosso modo: het huidige België) van de middeleeuwen tot aan Rubens, Van Dyck en Jordaens. We staren ons echter niet blind op grote namen.

Bij de Foundation zijn we vooral op zoek naar verhalen. Waarom ziet iets eruit zoals het eruit ziet? Wat verklaart dit thema, deze stijl, deze werkwijze? Hoe leert dat ons iets over dit kunstwerk, over deze kunstenaar, over de maatschappij van toen, en ook: over wie wij vandaag nog altijd zijn? We willen kunst weer tot leven wekken door mensen op een nieuwe manier te laten kijken, en door hen onbekende stukjes van het verleden te laten (her)ontdekken.

Daar komt ook Michaelina Wautier in the picture: een vergeten kunstenares – een vrouw bovendien! – die op een zeer eigen, poëtische, soms zeer trefzekere en soms eerder zoekende manier hoogstaande taferelen schilderde, ook voor de hoogste adel. Voor ons zijn haar werken toegangspoortjes tot het verleden.

The Phoebus Foundation was al de trotse eigenaar van een ander werk van Michaelina Wautier, eveneens te zien in het MAS.  Deze ‘Studie van een jonge vrouw’ werd verworven in 2017 en is vervolgens gerestaureerd en wetenschappelijk onderzocht door Sven Van Dorst, hoofd van het restauratie-atelier van The Phoebus Foundation.

Michaelina bleek nog lang niet al haar geheimen te hebben prijsgegeven: de verflagen van deze ‘Jonge vrouw’ verraden een zoekende kunstenares, die experimenteerde met de draperingen en met de diepte van het decolleté. Dankzij de samenwerking met het team van prof. Van der Stighelen en met de Universiteit Antwerpen kon dit stuk ook worden doorgelicht met macro-XRF. Daardoor weten we dat zich onder de huidige voorstelling nog een tweede, onafgewerkt gebleven portret bevindt. Hoewel ‘Elk zijn meug’ bij deze meteen wordt toegevoegd aan de tentoonstelling, is het de ambitie van The Phoebus Foundation om ook dit werk in de toekomst te onderwerpen aan een exhaustief materiaaltechnisch onderzoek, en om zo nog meer kennis te verwerven over het oeuvre en de werkwijze van Michaelina. 

Elk zijn meug?

Wie naar ‘Elk zijn meug’ kijkt, voelt aan zijn theewater dat hier verhalen te rapen vallen. Om te beginnen is er het thema. Het spreekwoord ‘Elk zijn meug’ betekent zoveel als ‘Iedereen heeft zijn eigen smaak’. Dat het schilderij dit thema in beeld brengt, weten we dankzij vergelijking met een stuk van Godfried Schalcken (1643-1706), vandaag in het Amsterdamse Rijksmuseum. Daar verschijnt op de voorgrond een jongen met in de hand een geopend ei. Hij kijkt lachend naar de toeschouwer en wijst naar een andere jongen die havermout slurpt. Op het tafereel staat het Engelse opschrift: ‘Everyone his fancy’.

Het recent verworven stuk van The Phoebus Foundation lijkt een variant op deze scène in beeld te brengen. Opnieuw is er een kind met een geopend ei te zien. De jongeman met de havermout is echter ingeruild voor een andere jongen. Die heeft blijkbaar ook wel zin in een eitje, maar zijn kompaan weert hem af. In die zin lijkt het onderwerp hier niet zozeer ‘elk zijn meug’, maar eerder: twee met dezelfde smaak.

Net als in andere stukken uit de tentoonstelling toont Michaelina zich hier een meesteres in het psychologiseren van haar personages. De gelaatsexpressie van de geplaagde jongen met het ei, de ondeugende blik van zijn tegenspeler en het theatrale spel met de gebaren verraden alweer de empathische kwaliteiten van de kunstenares. Maar de stijl en de poses herinneren bovendien aan twee andere stukken die zich nu reeds in de expo bevinden: de ‘Zeepbellenblazer’ uit het Seattle Art Museum en ‘De heilige Agnes en de heilige Dorothea’ uit het Antwerpse KMSKA. Door ‘Elk zijn meug’ toe te voegen aan de tentoonstelling hopen we dat prof. Katlijne Van der Stighelen en haar  team tot bijkomende boeiende inzichten kunnen komen in deze vergeten ‘leading lady van de barok’.

Prof. dr. Katharina Van Cauteren 
Stafchef van de kanselarij van The Phoebus Foundation

Dhr. Fernand Huts 
Guardian van The Phoebus Foundation
Voorzitter van de groep Katoen Natie en de groep Indaver